2010- 2011
1335 HZ Almere- Buiten
036 - 5325089
1335 PG Almere-Buiten
036 – 5352025
email : dir.dukdalf@prisma-almere.nl
website: www.dukdalf-almere.nl
Adj. dir.: mevr. S.C. Klijnsma
Geachte ouder(s), verzorger(s),
Onze schoolgids voor het schooljaar 2010-2011 ligt voor u. U vindt in deze schoolgids veel informatie over de dagelijkse gang van zaken en daarnaast inhoudelijke en praktische informatie over het onderwijs op de Dukdalf.
Wij verzoeken u dan ook deze gids goed te lezen en te bewaren!
Ouders en/of verzorgers die hun kind inschrijven op school, worden geacht kennis te hebben genomen van de inhoud van deze gids en de daarin aangegeven regels en afspraken te accepteren. Hebt u na het lezen van de informatie nog vragen, dan horen we dat graag!
De Dukdalf heeft twee vestigingen: Aan de Makassarweg heeft de school 17 groepen en aan de Pieter van Damweg zijn er 5 groepen. De groepen zijn verdeeld in drie “bouwen”:
De onderbouw, dat zijn de groepen 1en 2; de middenbouw, dat zijn de groepen
3 t/m 5 en de bovenbouw, de groepen 6 t/m 8.
Op woensdag en een andere ochtend is van iedere bouw de deelteamleider aanwezig. De adjunct directeur en de directeur zijn regelmatig op beide vestigingen aanwezig. We willen zo goed zichtbaar zijn voor u zodat u de mogelijkheid heeft om allerlei zaken te bespreken.
In het schooljaar 2010-2011 gaan we volop aan het werk met het verder verbeteren van de kwaliteit van het onderwijs binnen de school. Het overzicht van alle plannen staat in het schoolplan dat we hebben opgesteld. Een aantal onderwerpen:
-
In
2007 zijn we gestart met een nieuwe methodiek voor het verbeteren van het werkklimaat
in de groepen door het gebruik van “Taakspel”. We breiden dit in de loop van
het schooljaar uit over meerdere groepen. We hebben weer onze eigen trainer:
Ingrid Rozenbrand.
-
Het
taalonderwijs wordt dit schooljaar vernieuwd. We gaan in groep 4 t/m 8 met een nieuwe taalmethode werken, nl : “Taal
in beeld”. We verwachten dat deze methode beter aansluit bij de kinderen en ons
onderwijsconcept. We besteden meer aandacht aan woordenschat.
-
Voor kinderen met een rugzakje zijn we gestart met een
speciale groep: de structuurgroep. In deze groep worden kinderen geplaatst die
gebaat zijn bij een kleinere groep. Integratie in de reguliere groep is het
doel.
-
We
ontwikkelen verder tot opleidingsschool ; dit betekent dat we intensiever gaan
samenwerken met PABO’s om studenten te begeleiden en op te leiden.
Onze nieuwe ICO is
Miranda Wallenburg.
Kortom:
We blijven, met veel plezier, werken aan het zo optimaal mogelijk vormgeven van het onderwijs aan uw kind! In samenwerking met u als ouders/verzorgers hopen we dat we uw kind een leerzaam en plezierig verblijf op de Dukdalf kunnen bieden.
Inhoudsopgave
PROT. CHR. BASISSCHOOL DE DUKDALF
Verandering
van basisschool binnen de wijk
Protocol
voor dyslexie en leesproblemen
Leerlingbespreking
en handelingsplan
Vervanging
bij ziekte of afwezigheid
SCHOOLTIJDEN,VERZUIM-
EN VERLOFREGELING
Samenwerking
met R.K.bs Het Kristal
Naschoolse
opvang – Marijtje Doets
Schoolbegeleidingsdienst
- IJsselgroep
Schoolreis,
schoolfeest en schoolkamp
Speelgoed en
aansprakelijkheid
Overzicht
groepen en leerkrachten
Jaarplanning
2010-2011 van P.C. Basisschool De Dukdalf
Voor onze naam staan de woorden Protestants
Christelijk. Deze woorden geven de richting aan van waaruit wij het onderwijs
op onze school vorm en inhoud willen geven. Wij worden geïnspireerd door de
bijbelverhalen, waarin onder andere de verhouding tussen God en mensen
zichtbaar wordt gemaakt. Hieruit leiden wij af hoe mensen met elkaar zouden
moeten omgaan om de aarde bewoonbaar en leefbaar te maken.
Allereerst zijn daar de zichtbare uitingsvormen van
het Christelijk geloof waarmee kinderen
op school in aanraking komen: een gebed aan het begin en einde van de dag, de
bijbelverhalen, de liedjes die daarbij gezocht worden en de aandacht voor de
Christelijke feesten.
Hoe belangrijk wij dit alles ook vinden, het mag
daar niet bij blijven. Onze identiteit zal ook moeten blijken uit de manier
waarop wij met elkaar omgaan.
Wij zien onze school dan ook als een plaats waar we
mogen leren om op een positieve wijze met elkaar om te gaan. Dat kan alleen
slagen als kinderen het gevoel hebben dat de school, de groep hen veiligheid en
geborgenheid biedt. Dat betekent dat we allereerst willen zorgen voor een
sfeer, waar kinderen wordt geleerd om elkaar met respect tegemoet te treden.
Maar ook dat we extra aandacht willen geven aan kinderen die om wat voor reden
dan ook uit de boot dreigen te vallen.
Verder vinden we het van belang dat kinderen een
open en kritische houding wordt bijgebracht t.a.v. hetgeen er in onze
samenleving gebeurt.
Dat is de naam van onze school. Met deze keuze
pakken we opnieuw de draad op van de traditie om de Protestants Christelijke
scholen in Almere een naam te geven die een relatie aangeeft met het water van
waaruit Flevoland, dus ook Almere, is ontstaan. We beginnen met een toelichting
op de herkomst van het woord:
Dukdalf is een Nederlands/Fries begrip uit de
scheepvaart. Een dukdalf is een zware paal met schoorpalen die dienst doet als
meerpaal in het vaarwater.
Er kunnen schepen aanmeren, zowel in de haven als
voor een sluis of brug. De dukdalf is zelden een eindbestemming van het schip.
Er wordt aangemeerd in afwachting van doorvaart of een permanente plaats in de
haven. Een dukdalf voorkomt dus dat het
schip doelloos moet ronddobberen, voordat het zijn plek in de haven, in de
sluis kan innemen, of voorbij de brug zijn tocht kan voortzetten.
Onze school heet De Dukdalf en pretendeert daarmee
dat zij kinderen een houvast biedt op hun reis door het leven. Wij willen
kinderen veiligheid en bescherming bieden, zodat zij vanuit die positie leren
om vat op het leven te krijgen.
Onze eigen DUKDALF kunt u zien op het schoolplein op
de hoofdlocatie.
Om precies te zijn op 3 februari 1997, gingen voor
het eerst de deuren van onze school open. Negentien kinderen mochten we op die
eerste dag begroeten. Inmiddels zijn we dertien jaar verder en gaan er 500
kinderen naar De Dukdalf. Bovendien hebben we de beschikking over een nieuw,
goed geoutilleerd schoolgebouw waar alle leerjaren onderwijs kunnen krijgen.
Daarnaast bestaat er een locatie in de Oostvaardersbuurt. Naar deze locatie
gaan in principe de kinderen uit groep 1 t/m 5 die in de Oostvaardersbuurt of
de Seizoenen-buurt wonen en geen oudere broertjes of zusjes hebben op de
hoofdlocatie.
De
Dukdalf is een Protestants Christelijke basisschool. We geven hier vorm aan
door het vertellen van (Bijbel)verhalen, zingen, bidden en het vieren van de
Christelijke feesten. We vertalen dit in de omgang met elkaar. Daarnaast wordt
aandacht besteed aan andere levensbeschouwingen.
We
spelen in op de veranderende samenleving. We halen de maatschappij en de
actualiteit de school in en vice versa.
We voeden de kinderen op tot betrokken en kritische mensen.
We
zoeken samenwerking met instellingen zoals: peuterspeelzalen en
kinderdag-verblijven , het voortgezet onderwijs en de jeugdhulpverlening.
We
vinden rust en structuur erg belangrijk. Een ieder, kind en volwassene, is
verantwoordelijk voor een positieve omgang met elkaar waardoor er een veilig
klimaat is en blijft.
Wij
vergroten de sociale vaardigheden van kinderen. De teamleden professionaliseren
zich om het positieve gedrag van kinderen te benoemen.
Bij
het leerstofaanbod willen we rekening houden met de verschillende
(leer)mogelijkheden van kinderen door te differentiëren. Daarnaast stellen we
hoge leerdoelen gerelateerd aan ontwikkeling van kinderen. De creativiteit van
kinderen willen we onder meer bevorderen door het werken met projecten.
We
bevorderen de eigen verantwoor-delijkheid, zelfstandigheid en het leren
samenwerken, onder andere door het werken met taken. Hierbij worden keuze- en
differentiatiemogelijkheden geboden.
Een
optimale zorgstructuur vinden wij belang-rijk en tevens maken we gebruik van
onderwijsondersteuning voor de groepen.
De
missie-statement is:
“De
Dukdalf, houvast naar je toekomst!”
Wij realiseren ons dat wij bovenstaande doelen
alleen kunnen realiseren als kinderen en leerkrachten ervaren dat aan een
belangrijke basisvoorwaarde wordt
voldaan, namelijk dat de school zich kenmerkt door een sfeer van vertrouwen,
acceptatie en zorg voor elkaar. Daar zullen alle betrokkenen, leerkrachten en
ouders, voortdurend aan moeten werken. Wij noemen dit het pedagogisch klimaat
en wij onderscheiden daarin de volgende aspecten:
1. kinderen voelen zich thuis
in een situatie waarin zij de ruimte krijgen zichzelf te zijn
2. kinderen ontwikkelen zich
goed in een situatie waarin zij naast vrijheid en ruimte ook duidelijkheid en
houvast ervaren. In onze school heerst vaak rust en structuur
3. kinderen voelen zich veilig
als er in de omgang met elkaar en met de leerkrachten sprake is van wederzijds
respect
4. kinderen werken naar
vermogen zelfstandig en worden begeleid naar een steeds grotere vorm van
zelfstandigheid en verantwoordelijkheid. Deze zelfstandigheid wordt opgebouwd
door het werken met de weekplanner en het takenblad.
Voor de kinderen vertalen wij deze uitgangspunten in
de volgende schoolafspraken:
-
Wees aardig, help elkaar, speel samen. Zorg ervoor dat iedereen zich
prettig voelt op school.
-
Iedereen is goed zoals hij of zij is.
-
Wees beleefd tegen elkaar, anderen zijn ook beleefd tegen jou.
-
Noem elkaar bij de eigen naam.
-
Lachen is fijn; uitlachen doet pijn.
-
Als iemand zegt: “Stop!”, dan houd ik op.
-
We luisteren naar elkaar en wachten op onze beurt.
-
We lopen rustig door de school en op de trap.
-
We gaan zuinig om met de spullen/materialen van school en van elkaar.
Op onze basisschool willen wij werken vanuit de
principes van adaptief onderwijs. Dat houdt in dat we uitgaan van de
onderwijsbehoeften van de kinderen. Voor alle groepen op onze school betekent
het dat wij:
- aansluiten bij de mogelijkheden waarover kinderen reeds beschikken
- het ontwikkelingsproces bevorderen door steeds
uitdaging te bieden en te stimuleren
- rekening houden met verschillen tussen kinderen
- steeds op zoek gaan naar activiteiten die voor
kinderen zinvol zijn en betekenis hebben
- kinderen zoveel mogelijk de (echte!) wereld om hen
heen laten ervaren
- veel aandacht schenken aan interactie en
communicatie met en tussen de kinderen
Om aan te sluiten bij de onderwijsbehoeften van de
kinderen besteden de leerkrachten veel aandacht aan de instructie. Bij de
zaakvakken werken we in drie niveaugroepen binnen de klas. De instructiegroep
krijgt een verlengde instructie en geleide inoefening. De basisgroep kan na een
korte effectieve instructie zelfstandig aan het werk. De plusgroep krijgt korte
instructie op haar niveau waardoor in de verwerking de nadruk kan liggen op
verbreding of verdieping. Voordat de kinderen met deze extra stof aan het werk
gaan krijgen zij hiervoor de instructie.

Wij staan op het standpunt dat de ontwikkeling van
jonge kinderen van 4 tot 8 jaar een samenhangend geheel vormt. In die periode
vindt namelijk ontwikkeling plaats van de spelactiviteit naar leeractiviteit.
Ook wordt dan de basis gelegd voor verdere deelname aan het onderwijs. We
noemen dit onderwijsconcept dan ook: basisontwikkeling.
Jonge kinderen leren o.a. door te spelen. Dat spel
kent vele vormen en variaties en ook daarin is een ontwikkeling te herkennen.
Ieder kind doorloopt deze spelontwikkeling in een eigen tempo en uiteindelijk
zal de behoefte aan spel overgaan in de behoefte om te leren. Deze ontwikkeling
wordt gezien als een noodzakelijke voorwaarde om tot leren te komen: kinderen
raken gemotiveerd om te leren en kinderen verwerven vaardigheden die nodig zijn
voor deelname aan het toekomstig onderwijs.
De leerkracht neemt in dit proces een belangrijke
positie in. Hij of zij organiseert niet alleen activiteiten, maar zorgt ook
voor een uitdagende en stimulerende begeleiding, zodat kinderen inderdaad
verder komen in hun ontwikkeling.
Omdat er tussen kinderen verschillen in ontwikkeling
te zien zijn, wordt de hulp die de leerkracht biedt, afgestemd op de behoeften
van de kinderen.
In ons schoolplan staan
onze uitgangspunten beschreven en is een meerjarenplan opgenomen. Het plan ligt
ter inzage op school en is in te zien op onze website.
Op De Dukdalf kiezen we in
principe voor homogene groepen, dat wil zeggen dat een groep kinderen wordt
samengesteld vanuit één jaargroep. Hierop maken we een uitzondering: Jongste en
oudste kleuters (dus 4, 5 en soms 6 jarigen) vormen altijd samen een groep. Wij
vinden het namelijk erg belangrijk dat kinderen elkaar stimuleren in hun
ontwikkeling. Zeker bij jonge kinderen is die mogelijkheid er volop. De
taalontwikkeling en de sociaal-emotionele ontwikkeling krijgt een flinke impuls
als jongste kleuters omgaan met kinderen die iets ouder zijn.
Overigens is het niet
altijd mogelijk om homogene groepen samen te stellen. Dat heeft dan te maken
met het aantal kinderen dat in een bepaalde leeftijdsgroep zit. Soms zijn dat
er teveel voor één groep en dan zal een aantal kinderen gecombineerd moeten
worden met een andere groep.
Wij streven

We streven er naar dat de
groepen niet groter worden dan 28 leerlingen.
Voor de structuurgroep houden we een groepsgrootte
aan van 12.
Op De Dukdalf wordt een open aannamebeleid gevoerd.
Dat betekent dat ouders die de doelstellingen van de school onderschrijven
en de Protestants - Christelijk
identiteit respecteren hun kind(eren) kunnen inschrijven.
Voordat een kind
bij ons op school wordt ingeschreven, worden de ouders uitgenodigd voor
een bezoek aan de school. Tijdens het gesprek, dat meestal wordt gevoerd met
een lid van de schoolleiding, komt in ieder geval het Protestants Christelijk
karakter van de school aan de orde. Daarnaast wordt informatie gegeven over de
manier waarop wij het onderwijs inrichten. Een rondje door de school is ook een
vast onderdeel van dit bezoek.
Zo'n kennismakingsbezoek vindt zo mogelijk plaats
tijdens de schooluren, zodat ouders de sfeer van de school kunnen proeven en
ook daadwerkelijk kunnen zien hoe het een en ander reilt en zeilt.
Bij de inschrijving geven de ouders ook toestemming
voor onderzoeken c.q. testen die de school wenselijk
acht ten behoeve van de ontwikkeling van een kind. Natuurlijk worden de ouders
hier vooraf over ingelicht.
Kinderen die vier jaar worden kunnen gewoonlijk
geplaatst worden op de dag van hun vierde verjaardag of, op verzoek van ouders,
een dag of enkele dagen daarna. Kinderen die door verhuizing van een andere
basisschool komen, worden geplaatst direct na de dag van uitschrijving op de
verlatende school.
Van deze regel kan worden afgeweken op het moment
dat de maximale groepsgrootte is bereikt. Wij zullen tijdig aangeven wanneer
dat gebeurt of mogelijk gaat gebeuren.
In het geval van een tijdelijke plaatsingsstop zal,
afhankelijk van de situatie, worden gekozen voor een wachtlijst en/of plaatsing
voor enkele dagdelen per week gedurende een bepaalde periode (dit is alleen
mogelijk bij vierjarigen). Daarnaast behoort tijdelijke plaatsing op één van de
(Prot. Chr.) buurtscholen wellicht tot de mogelijkheden.
Op het moment dat de maximale groepsgrootte in zicht
komt, wordt aan de hand van een criterialijst bepaald welk kind in aanmerking
komt voor directe plaatsing. De datum van aanmelding is niet alleen
bepalend voor de datum van plaatsing. Dat neemt echter niet weg dat ouders er
verstandig aan doen hun kind ruim van te voren (maximaal een jaar voor hun
vierde verjaardag) aan te melden.
Nadat u uw kind heeft inschreven, ontvangt u
ongeveer twee maanden voordat uw kind 4 jaar wordt een uitnodiging voor een intakegesprek
met de intern begeleider voor de onderbouw. U wordt dan op school verwacht met
uw kind. Terwijl uw kind de gelegenheid heeft om wat te spelen of te tekenen,
stelt de intern begeleider een aantal vragen aan de ouder(s) die betrekking
hebben op de ontwikkeling van hun kind.
Ook eventuele bijzonderheden kunnen dan besproken
worden.
De Dukdalf is een stabiele school en dat betekent
dat we de komende jaren op veel nieuwe kinderen kunnen rekenen. Nadat een
vierjarige kleuter bij ons is opgegeven, mag hij/zij voor de vierde verjaardag
4 dagdelen op school komen om op die manier alvast wat te wennen aan de
situatie in de groep.
Ongeveer een maand voor de vierde verjaardag neemt
de leerkracht contact met de ouders op en worden in overleg de
"wen"-dagdelen vastgesteld. In verband met allerlei afsluitende
activiteiten worden gedurende de laatste 4 weken van het schooljaar geen

vierjarigen meer toegelaten, aangezien de
kleutergroepen in het nieuwe cursusjaar meestal van samenstelling wisselen,
wordt ook afgezien van het houden van het "wennen" in de laatste vier
weken voor de zomervakantie.
Wij vinden het belangrijk dat een kind op jonge
leeftijd zichzelf een aantal belangrijke vaardigheden eigen maakt, waardoor de
zelfstandigheid wordt bevorderd. Zowel op school als thuis kunnen kinderen
daarin worden geoefend. Het is van groot belang dat kleuters wordt geleerd:
- zelf hun jas uit te trekken en aan de kapstok te
hangen
- zelf hun jas aan te trekken en dicht te doen
- zelf hun schoenen aan en uit te trekken en veters
te strikken
- zichzelf aan en uit te kleden
- zelf hun eten en drinken in het krat te zetten en
hun tas aan de kapstok op te hangen
- zelf naar het toilet te gaan
U helpt uw kind vooral door uw kind dit zelf te
laten doen, zowel thuis als op school.
Overigens moet uw kind zindelijk zijn, voordat het
bij ons op school kan komen.
Met een zekere regelmaat krijgen wij het verzoek van
ouders om hun kind in te schrijven op De Dukdalf, terwijl het op dat moment een
andere basisschool in de wijk bezoekt. Meestal is een bepaalde mate van
ontevredenheid of een conflict hiervan de oorzaak. Wij stellen ons op het
standpunt dat, waar mensen werken verschil van inzicht ontstaat en ook fouten
gemaakt worden. De problemen die op een school zijn ontstaan, zullen daar ook
door beide partijen in goed overleg opgelost moeten worden. Wij zijn daarom
zeer terughoudend om kinderen aan te nemen die reeds binnen de wijk
(voedingsgebied) een andere school bezoeken. Hierop willen wij twee
uitzonderingen maken. Ten eerste als er sprake is van een ernstige vorm van
sociaal-emotionele problematiek bij een kind. Bijvoorbeeld als het gaat om een
kind dat langdurig gepest wordt. Ten tweede als er sprake is van een ernstig
verstoorde relatie tussen school en ouders, terwijl door beide partijen
aangetoond kan worden dat een geruime en intensieve periode van gesprekken geen
bevredigend resultaat heeft opgeleverd.
In het eerste geval zal er naar gestreefd worden het
kind zo snel mogelijk te plaatsen. In het tweede geval wordt het kind geplaatst
na de kerstvakantie of na de zomervakantie. Eén en ander vindt overigens alleen
plaats na overleg met de directeur van de school waar het kind vandaan komt.
We hopen natuurlijk dat het
niet zal voorkomen, maar in uitzonderlijke gevallen kunnen leerlingen geschorst
of zelfs definitief verwijderd worden van school.
De Dukdalf heeft daarvoor
een protocol dat desgewenst kan worden opgevraagd bij de directeur van de
school.
Vanaf het moment dat kinderen bij ons op school
komen, komen zij in aanraking met activiteiten die met rekenen en wiskunde te
maken hebben. De eerste jaren ontdekken zij dat vooral in hun spel: tellen,
rubriceren, ordenen, cijferreeksen maken en begrippen hanteren. In groep 3 t/m
8 wordt het rekenonderwijs methodisch aangeboden. Wij gebruiken daarvoor de
methode PLUSPUNT een realistische rekenmethode. De kinderen leren vanuit
de context van het dagelijks leven. Daarbij is het van belang dat kinderen
ontdekken wat ze moeten uitrekenen en welke manieren er zijn om tot een
oplossing te komen.
Het taalonderwijs neemt op De Dukdalf een centrale
plaats in. Een goede beheersing van de Nederlandse taal is naar onze mening een
basisvoorwaarde om met succes deel te kunnen nemen aan de maatschappij. Zowel
aan het mondeling als aan het schriftelijk taalgebruik besteden wij veel
aandacht. In de onderbouw van de school worden kinderen bij alle dagelijkse
activiteiten gestimuleerd om te spreken, te luisteren, te schrijven en te
lezen. Er wordt door de leerkracht veel met de kinderen gesproken, de
spelactiviteiten geven kinderen mogelijkheden om met elkaar te praten, tekeningen
en andere werkstukjes geven vaak de aanleiding om met geschreven taal om te
gaan en in kringgesprekken leren kinderen te luisteren en te praten. Wij bieden
vanaf het moment dat een vierjarig kind naar school gaat de mogelijkheid om met
letters en woorden bezig te zijn. Het tijdstip waarop een kind echt gaat lezen,
bepaalt het in principe zelf, maar pas vanaf groep 3 wordt het leesonderwijs
gestructureerd aangeboden. In de midden- en bovenbouw neemt de informatie
overdracht door middel van geschreven en gesproken taal een belangrijke plaats
in.
Daarnaast
wordt de methode TAAL IN BEELD in de groepen 4 t/m 8 dagelijks gebruikt.
Het mondeling taalgebruik wordt door middel van oefeningen gestimuleerd,
terwijl ook gebruik wordt gemaakt van taaloefeningen die schriftelijk worden
verwerkt. Een deel van het taalwerk leent zich uitstekend voor verwerking in
een dag- of weektaak.
Voor
het aanvankelijk leesonderwijs (groep 3) gebruiken wij de vernieuwde methode VEILIG LEREN LEZEN. Kinderen leren
lezen aan de hand van deze gestructureerde methode die veel ruimte laat voor
kinderen die sneller of juist langzamer door het aanvankelijk leesproces moeten
worden geleid. Dat betekent dat kinderen die bij aanvang in groep 3 al goed
kunnen lezen op hun eigen niveau en in hun eigen tempo verder mogen gaan. De
kinderen die veel moeite hebben om het programma te volgen, krijgen ook op hun
eigen niveau het leesonderwijs aangeboden.
De leerstof sluit dus aan bij het individuele kennisniveau van de kinderen
en doet vooral een beroep op het creatieve gebruik van de taal. Dat betekent
o.a. dat kinderen in een vroeg stadium worden gestimuleerd tot het schrijven en
lezen van eigen teksten en die van anderen. Het leesproces van ieder kind wordt
door de leerkracht gevolgd en regelmatig getoetst.
In Nederland heeft ongeveer tien procent van de leerlingen op de basisschool moeite met leren lezen. Voorkomen van lees-problemen en het zo vroeg mogelijk verhelpen ervan is een belangrijke taak waar wij als basisschool voor staan.
Het protocol leesproblemen en dyslexie geeft de
leerkrachten, intern begeleiders en andere betrokkenen handvatten om stagnaties
in de ontwikkeling van de beginnende geletterdheid bij kinderen vroegtijdig te
signaleren en zoveel mogelijk te verhelpen.
Het protocol is opgenomen in de toetskalender.
Het schooljaar is verdeeld in vier periodes.
Aan het begin van een periode wordt het leesniveau
van de leerlingen in kaart gebracht aan de hand van observaties en
toetsgegevens. Daarna volgen er per periode in het protocol aanwijzingen voor
de begeleiding van kinderen met een hiaat in de leesontwikkeling.
De begeleiding in groep 3 is met name gericht op de
letterkennis en het versnellen van het leesproces, met het oog op het
bevorderen van het leesbegrip.
In groep 4 kunnen leerlingen om verschillende
redenen vastlopen bij het leren lezen. Het protocol geeft hier wederom een
overzicht van observaties en toetsen en aanwijzingen voor de begeleiding.
Het doel van het protocol is
om ouders in groep 4/5 duidelijkheid te geven of zij
verwezen worden naar externe instanties voor
diagnostiek van het leesprobleem van hun kind.
Na
het aanvankelijk lezen breekt er in de loop van groep 3 geleidelijk een nieuwe
fase aan in de leesontwikkeling: het voortgezet technisch lezen. Daarbij gaat het om het lezen van steeds moeilijkere
teksten in een steeds hoger tempo. De kinderen oefenen dit meerdere malen per
week, soms individueel, dan wel met hulp
van een ander kind (de tutor), maar soms ook groepsgewijs. Ten- minste drie
keer per schooljaar worden de kinderen getoetst en krijgen op grond van hun
leesniveau de juiste leesboeken aangeboden.
In
de groepen 4, 5 en 6 werken we met de methode ESTAFETTE.
Als blijkt dat kinderen gedurende een langere periode
onder het leesniveau lezen dan kunnen ze in aanmerking komen voor extra
leeshulp.
In groep 3 maken we daarvoor gebruik van het programma
CONNECT en in groep 4 -6 krijgen deze leerlingen
extra ondersteuning met behulp van “de aanpak risicolezers” van de methode ESTAFETTE. Tevens starten we in 2010/2011 met het traject Leeshulp
4-6. Dit is een onderzoek in samenwerking met het Lectoraat van PABO Almere en
de Universiteit van Amsterdam.
Kinderen
moeten ook (leren) begrijpen wat zij lezen. Vragen over de inhoud van een tekst
moeten zij kunnen beantwoorden. Maar ook moet hen worden geleerd om een
tekstvorm te herkennen, de opbouw van een tekst te achterhalen, de
hoofdpersonen en hoofd- en bijzaken te onderscheiden. Gelukkig hoeft dat
allemaal niet in één schooljaar, maar zijn ze daarmee bezig tot het einde van
groep 8. De leesstrategieën en de materialen van de methode GOED GELEZEN worden in groep 4 (vanaf januari) t/m 8 op
onze school gebruikt.
Wij
vinden het belangrijk dat de Nederlandse taal op de goede manier wordt
geschreven. Dat wordt vooral duidelijk in de manier waarop met teksten wordt
omgegaan: deze worden altijd bekeken op inhoud en op de juiste schrijfwijze.
De spellingsregels worden door middel
van spellingscategorieën aangeboden. Dat gebeurt aan de hand van de methode SPELLING IN BEELD. Voor de kinderen die uitvallen, maken wij
gebruik van de methode SPELLING IN DE
LIFT.
Kinderen
beginnen al heel jong met schrijven. Voordat ze naar een basisschool gaan,
krabbelen ze al iets op papier en geven daar vervolgens betekenis aan. In de
onderbouw stimuleren wij de kinderen zoveel mogelijk om te gaan schrijven. Dat
kunnen letters of woorden zijn, maar dat hoeft niet. In groep 3 wordt eerst de
schrijfwijze van de cijfers aangeleerd en worden voorbereidende
schrijfoefeningen gedaan. Vervolgens zijn
de meeste kinderen er aan toe om letters te gaan schrijven, zoals de schrijfmethode
HANDSCHRIFT deze aanbiedt.
Deze methode wordt gehanteerd tot het einde van groep 8. Wij willen zo lang mogelijk
vasthouden aan het zogenaamde methodisch schrijven en laten deze eis pas vallen
in de loop van het laatste schooljaar. Vanaf dat moment wordt de nadruk gelegd
op de ontwikkeling van een eigen handschrift.
Op pagina 5 beschrijven wij
onze christelijke identiteit. Onze
inspiratie voor de Bijbelverhalen, de liedjes en de gebeden vinden wij in de
methode Trefwoord.
Na
de kerstvakantie gaan de kinderen in groep 3 met een vulpen schrijven. Zij
krijgen dan een nieuwe vulpen van school. Als met deze pen zorgvuldig wordt
omgegaan, kan deze 2 tot 3 jaar meegaan. In groep 5 of 6, afhankelijk van de
levensduur van de eerste vulpen, krijgen de kinderen hun tweede pen. Kinderen
die hun pen kwijtraken of van wie de pen door onzorgvuldig gebruik tussentijds
kapot gaat, kunnen op school een nieuwe pen kopen.

Tijdens de speelwerktijd in de onderbouw maken de
kinderen een keuze voor een activiteit. Deze activiteit doet vrijwel altijd een
beroep op de creativiteit van kinderen. Soms in het platte vlak, dan weer
ruimtelijk, maar ook de vele spelvormen zijn vormen van expressie. De
opdrachten die aansluiten bij een thema in de onderbouw geeft de leerkracht de
mogelijkheid bepaalde technieken aan te bieden. Voor de expressievakken in
midden- en bovenbouw maken we gebruik
van de methode MOET JE DOEN. De
werkvormen waarin de expressievakken worden gegoten wisselen elkaar af: af en
toe klassikaal, maar ook in de vorm van een creamiddag waar ook ouders bij
betrokken zijn.
Op
onze school worden zowel in de onderbouw, middenbouw als in de bovenbouw de
wereldoriënterende vakken als
aardrijkskunde, geschiedenis, biologie en verkeer geïntegreerd, dus binnen een
thema, aangeboden. De ene keer voert het aardrijkskundig aspect de boventoon,
terwijl binnen een ander thema de nadruk
kan liggen op het natuuraspect. De keuze voor een thema kan ook worden bepaald
door de leerkracht, maar ook door een leerling of door een groep leerlingen.
In
het laatste geval is het de interesse van kinderen die bepalend is voor de
keuze van het onderwerp en dat past uitstekend in onze visie op onderwijs. Als
de leerkracht het onderwerp bepaalt, spelen, naast de interesse van de
leerlingen, ook andere argumenten een rol. Immers, ons onderwijs richt zich ook
op dit leerstofonderdeel op de kerndoelen. Om daaraan te voldoen, wordt voor
ieder leerjaar een aantal thema`s vastgelegd aan de hand van de methode DE
GROTE REIS. Daarnaast spelen de program-ma`s van de Nederlandse Onderwijs
Televisie een rol in het onderwijs.
Iedere “studie” die door een kind of een groepje kinderen wordt opgepakt, wordt
afgesloten met een presentatie in de vorm van een werkstuk of een presentatie
voor de hele groep. Voor het onderdeel topografie mag het duidelijk zijn dat in
groep 6 Nederland aan de orde komt, in groep 7 Europa, en in groep 8 de
werelddelen.
De
kleutergroepen werken vrijwel altijd rond een thema, maar in de groepen 3 t/m 8
lukt dat niet zo vaak omdat de gebruikte onderwijsmethodes niet gemakkelijk op
elkaar kunnen worden afgestemd. Daarom zijn er ieder jaar periodes van een paar
weken waarin in projectvorm wordt gewerkt.
De
thema’s kunnen per groep, per bouw maar ook op schoolniveau worden
samengesteld.
Dit
vak vindt plaats in alle groepen. In groep 4 t/m 8 wordt daarbij gebruikt
gemaakt van verkeerskranten. In groep 7/8 nemen de kinderen deel aan het
theoretisch en praktisch verkeersexamen.
De kleuters gaan vier keer per week naar het
speellokaal. Bij goed weer spelen de kinderen daarnaast dagelijks buiten op het
plein. De kleuters gymmen gewoon in hun ondergoed, maar zijn wel verplicht
om gymschoenen te dragen. Deze moeten
voorzien zijn van een klittenband- of elastieksluiting.
De kinderen van groep 3 t/m 8 maken twee keer per week gebruik van de gymzaal.

Voor de kinderen uit deze groepen geldt dat zij
tijdens gym speciale gymkleding en gymschoenen moeten dragen. Voor de
jongens betekent dat een korte sportbroek en een T-shirt, terwijl de meisjes
ook een turnpakje mogen dragen. Goede gymschoenen met stroeve (maar geen
zwarte!) zolen zijn belangrijk in verband met het voorkomen van voetwratten en
-eczeem.
De kinderen mogen hun gymkleding meebrengen en/of op
school laten hangen in een katoenen tas die zij op school krijgen. Deze tassen
kunnen gemakkelijk aan de kapstok worden opgehangen, terwijl wij op deze manier
voorkomen dat de gangen worden ontsierd door een grote hoeveelheid plastic
tassen. Tenminste eens per week moeten de kinderen hun gymkleding mee naar huis
nemen, zodat deze gewassen kan worden.
In verband met de hygiëne zijn kinderen van groep 5
t/m 8 verplicht om na de gymles te douchen (badslippers mee!).
In
groep 7 en 8 wordt het vak Engels gegeven. De nadruk ligt daarbij op de
mondelinge uitdrukkingsvaardigheid. De methode die daarbij wordt gehanteerd is HELLO
WORLD.
In de
groepen 3 t/m 8 beschikt de school over digitale schoolborden. De leerkracht
maakt bij de instructies veel gebruik van het digibord door onder andere de
aanvullende software bij de methoden in te zetten.
Iedere groep
beschikt, afhankelijk van de groepsgrootte, over tenminste twee computers.
Kinderen ontwikkelen
de basisvaardigheden voor het gebruik van de computer. Zij leren het opzoeken
van informatie en het verwerken hiervan in presentaties, verslagen en
werkstukken.
ICT wordt
tevens gebruikt als ondersteuning van het onderwijs. Kinderen kunnen extra oefening
en ondersteuning krijgen d.m.v. de hiervoor beschikbare software. Kinderen die
wat meer uitgedaagd moeten worden kunnen achter de computer extra, verdiepende
en verbredende opdrachten uitvoeren.
De kleuters
werken met de programma’s die de taalontwikkeling en de rekenvaardigheden
vergroten.
In de
groepen 3 t/m 8 wordt gewerkt met educatieve software behorend bij de taal- en
spellingmethoden, daarnaast maken de kinderen gebruik van
methode-onafhankelijke software voor automatiseren en extra uitdaging en
remediering bij rekenen.
In alle groepen wordt met grote regelmaat aandacht
besteed aan “het leren omgaan met elkaar” oftewel aan het aanleren van sociale
vaardigheden. Wij vinden het belangrijk om in ons lesprogramma daar voldoende
aandacht aan te besteden, omdat wij een goede sfeer tussen de kinderen als een
basisvoorwaarde voor goed onderwijs beschouwen.
Naast de “spontane” gesprekken tussen kinderen en
leerkracht over dit onderwerp, bieden wij zonodig ook een lessenserie over dit
onderwerp aan.
Extreme uitingen van (agressief) gedrag tussen
kinderen onderling, willen we in een zo vroeg mogelijk stadium aanpakken.
Daarbij zullen we de ouders op de hoogte stellen en samen met hen op zoek gaan
naar een oplossing van dit probleem.

Huiswerk
komt vanaf groep 4 voor. U moet hierbij denken aan: woordjes leren en tafels
oefenen. In hogere groepen wordt ook huiswerk gegeven voor wereldverkennende
vakken. Het betreft geen grote hoeveelheden werk, wel regelmatig zodat er een
goede aansluiting is bij het VO.
Taakspel is een groepsgerichte werkwijze om
leerlingen te leren zich beter aan de klassenregels te houden. Doordat
klassen-regels beter worden nageleefd, vermindert onrustig, storend en
eventueel aanwezig agressief gedrag. Taakspel beïnvloedt zo het taakgerichte
gedrag van leerlingen. Als er minder verstoringen zijn tijdens een les kan er
namelijk beter gewerkt worden. Het kan echter ook op directe wijze taakgericht
gedrag bewerkstelligen als de regels daarop toegespitst worden. Bovendien leidt
op een prettige manier met elkaar omgaan tot een beter klimaat in de klas. Er
worden meer complimenten uitgedeeld en minder corrigerende opmerkingen gemaakt.
Afhankelijk van de gekozen regels leren leerlingen ook meer rekening te houden
met elkaar.
Taakspel wordt gespeeld als een spelletje tijdens
het werk. De kinderen krijgen per
groepje een aantal gekleurde kaartjes. De leerkracht kan tijdens een
regelovertreding een kaartje wegpakken. De kinderen moeten er echter zoveel
mogelijk over zien te houden, waarop er een beloning volgt.
Leerkrachten en kinderen worden getraind om deze
manier van werken aan te leren.
Taakspel wordt gespeeld in groep 3 t/m 8.
In
de onderstaande tabel wordt het aantal klokuren aangegeven dat per week aan de
diverse vakgebieden wordt besteed. Het gaat hierbij om gemiddelden, die
enigszins kunnen variëren per leerjaar en per periode van het cursusjaar.
|
|
|
|
|
|
|
|
Gr. 1 en 2 |
Gr. 3 en 4 |
Gr. 5 en 6 |
Gr. 7 en 8 |
|
Zintuigelijke en lich. oefening |
4.30 uur |
2.00 uur |
2.00 uur |
1.30 uur |
|
Godsdienstonderwijs |
1.15 uur |
1.15 uur |
1.15 uur |
1.15 uur |
|
Taal/lezen/schrijven |
4.45 uur |
7.15 uur |
9.45 uur |
9.15 uur |
|
Rekenen/wiskunde |
2.00 uur |
5.30 uur |
5.30 uur |
5.30 uur |
|
Wereldoriënterende vakken |
4.00 uur |
2.30 uur |
2.30 uur |
2.30 uur |
|
Engels |
|
|
|
1.00 uur |
|
Expressievakken |
7.00 uur |
3.45 uur |
3.45 uur |
3.45 uur |
|
Pauze |
|
1.15 |
1.15 |
1.15 |
|
Totaal |
23.30 |
23.30 |
26.00 |
26.00 |
De
opbrengsten van ons onderwijs worden gemeten door kinderen systematisch te
volgen in hun ontwikkeling. De (toets) resultaten worden ook op groeps- en
schoolniveau geïnterpreteerd om een goed beeld van de sterke en minder sterke
kanten van het onderwijs te krijgen. De Cito-eindtoets in groep 8 beschouwen we
dan ook als een meting aan het eind van de basisschoolperiode
(uitstroomgegevens).
Daarbij
realiseren we ons terdege dat we met de uitslag van deze toets een indicatie
krijgen van het kennisniveau van onze leerlingen op het gebied van basisvaardigheden.
Niet meer en niet minder. We hopen dat u in deze schoolgids opmerkt dat we heel
wat meer doen dan alleen het aanleren van taal, lezen en rekenen.
We
geven liever aan op welke manier wij de kwaliteit van ons onderwijs bewaken.
Dit
doen wij door gebruik te maken van landelijk genormeerde toetsen, waardoor op
groeps- en schoolniveau een indicatie wordt gegeven van het kennisniveau.
Daarnaast gebeurt dit door het opstellen van een schoolplan, waarin de richting
en het tempo van de ontwikkelingen in onze school worden aangegeven.
Hieronder
een overzicht van het aantal leerlingen dat in de afgelopen 4 jaar onze school
in groep 8 heeft verlaten en waar ze in het voortgezet onderwijs zijn gestart.
|
|
2006-2007 |
2007- 2008 |
2008- 2009 |
2009- 2010 |
|
Aantal
leerlingen |
42 |
46 |
41 |
44 |
|
Cito
Eindtoets |
536,1 |
536,4 |
534,0 |
537,9 |
|
LWOO/PrO |
0 % |
0 % |
0 % |
0 % |
|
LWOO/VMBO |
5 % |
4 % |
5 % |
5 % |
|
BBL/KBL |
20 % |
2 % |
14 % |
2 % |
|
TLW |
17 % |
33 % |
27 % |
27 % |
|
HAVO |
29 % |
43 % |
24 % |
39 % |
|
VWO |
29 % |
18 % |
30 % |
20 % |
Met zoveel verschillen tussen kinderen is het niet
mogelijk om klassikaal onderwijs te geven. Dat betekent dat de leerkracht die
bij een bepaald vak één keer een uitleg geeft en vervolgens alle kinderen
dezelfde leerstof laat maken, bij ons op De Dukdalf vrijwel niet voorkomt. Zo
gaat het dus niet meer. Maar hoe dan wel? vraagt u zich af.
De instructie door de leerkracht wordt meestal in
drie niveaus aangeboden, maar
ook de (schriftelijke) verwerking van de leerstof
kan per vak verschillen. Dat verschil zit soms in meer of minder, maar ook
gemakkelijker of moeilijker leerstof, maar een kind kan ook aan het werk zijn
met een geheel op dit kind samengesteld programma.
Daarnaast werken wij ook met keuzestof. Hierbij
speelt de persoonlijke interesse van kinderen een grote rol. Bij
wereldoriënterende vakken en bij creatieve vakken, is er vaak (niet altijd)
enige keuzevrijheid voor wat betreft het onderwerp waar kinderen zich in kunnen
verdiepen.
Als kinderen een periode met een onderwerp bezig
zijn geweest, laten zij door middel van een presentatie (daar zijn
verschillende vormen voor) aan de
kinderen van hun groep zien of horen wat zij hebben bestudeerd.

Het onderwijs op De Dukdalf is er op gericht om
zoveel mogelijk in te spelen op en rekening te houden met de behoeften en
mogelijkheden van de kinderen. Toch komt het voor dat het onderwijsaanbod,
ondanks alle variatie die wordt geboden, niet echt in die behoefte kan
voorzien. Er zijn kinderen die zoveel herhaling en individuele instructie nodig
hebben, dat zij over het geheel genomen de aansluiting bij de groep niet meer
vinden. Deze kinderen vertragen in hun ontwikkeling en wij vinden dat wij die
(tijdelijke)vertraging in de ontwikkeling van een kind (indien nodig) moeten
accepteren. Dat betekent dat de mogelijkheid bestaat dat een kind een leerjaar
nog eens overdoet met een eigen, op dit kind toegesneden programma.
Het omgekeerde kan ook voorkomen: een kind dat zich
gedurende een lange periode zo snel ontwikkelt, dat de aangeboden leerstof,
ondanks alle verdieping die wordt gegeven, niet meer toereikend is. In dat
geval kan besloten worden om leerstof van een volgende groep aan te bieden en
is het zelfs mogelijk dat een kind versneld geplaatst wordt in die groep.
U zult begrijpen dat het versnellen en vertragen
slechts in uitzonderlijke gevallen plaatsvindt. Bovendien zijn niet alleen de
leerprestaties doorslaggevend, maar spelen meer factoren een rol. Een
dergelijke beslissing komt altijd tot stand in overleg met de ouders op basis
van vastgestelde criteria. Echter, als er sprake is van een doublure dan ligt
de beslissingsbevoegdheid in laatste instantie bij de schoolleiding.
Hoewel het onderwijs er zoveel mogelijk op gericht
is om aan te sluiten bij de capaciteiten en de interesses van de kinderen, zijn
er altijd kinderen die extra hulp en zorg nodig hebben.
Om erachter te komen wie die extra zorg nodig
hebben, is het belangrijk dat de ontwikkelingen van alle kinderen op een
systematische wijze wordt gevolgd en in kaart wordt gebracht. Observaties en
toetsen zijn hierbij belangrijke instrumenten. We onderscheiden in het algemeen
twee soorten toetsen: methode-afhankelijke en methode-onafhankelijke toetsen.
Op De Dukdalf worden beide soorten gebruikt. De
eerste soort is gerelateerd aan de gebruikte methode en toetst overwegend die
leerstof die in een vrij korte periode daaraan voorafgaand is aangeboden.
De tweede soort toetsen is niet afhankelijk van
welke methode dan ook, de normering is landelijk en wordt minder vaak
afgenomen. Daardoor is de leerstof die wordt getoetst veel omvangrijker.
Dit hele systeem van toetsen en observatie wordt het
LeerlingVolgSysteem (LVS) genoemd. Ieder schooljaar zorgt de intern begeleider
voor een overzicht waar alle activiteiten in het kader van het LVS op zijn
vermeld. Dit noemen wij de toetskalender. Voor de methode-onafhankelijk toetsen
hebben we gekozen voor CITO. Voor de kleuters gebruiken we ook het
PRAVOO-leerlingvolgsysteem.

De CITO-toetsen zijn landelijk genormeerd en geven
een (voorzichtige) indicatie van wat een kind beheerst en zou moeten beheersen.
Zo worden er in januari en juni in alle groepen CITO-toetsen afgenomen. Bovendien
doen kinderen aan het eind van groep 6 en
7 mee aan de CITO-entreetoets en in groep 8 de CITO-eindtoets.
De kinderen wordt (op de entree- en de eindtoets na)
niet van tevoren verteld dat er een toets wordt afgenomen. Zij kunnen zich
er toch niet op voorbereiden en dat kan
er toe leiden dat zij zich ongerust gaan maken.
Overigens vindt u de uitslagen van de CITO-toetsen
terug op het rapport van uw kind.
Als de toetsresultaten van een kind (of een groepje
kinderen) tegenvallen, gaat de leerkracht eerst aan de slag om daar binnen de
groep extra aandacht aan te besteden.
De leerkracht bepaalt vervolgens zelf wat het
resultaat van deze extra inspanning is geweest. Blijkt dat nog steeds beneden
verwachting te zijn, dan wordt de intern begeleider ingeschakeld. Hij/zij kan
besluiten tot een nader onderzoek naar de oorzaken van de stagnatie. Dit
onderzoek wordt meestal uitgevoerd door de intern begeleider. Vervolgens wordt
door de leerkracht een handelingsplan opgesteld, dat gedurende een bepaalde
periode wordt uitgevoerd door de leerkracht en/of de remedial teacher.
Naast de gewone leerling-bespreking functioneert bij
ons op school ook het Zorgteam (ZT) vijf keer per jaar. Dat is een leerling-bespreking
die wordt bijgewoond door de ouders, de jeugdverpleegkundige (GGD), de
schoolbegeleider (IJsselgroep), de intern begeleider van De Dukdalf en de
leerkracht van het kind. In het ZT worden kinderen besproken die te maken
hebben met een wat zwaardere, vaak meer gecompliceerde problematiek. Vanuit
diverse invalshoeken proberen we dan een zo breed mogelijk beeld te krijgen,
zodat we een zo adequaat mogelijk handelingsplan kunnen opstellen.
Het spreekt vanzelf dat ouders in een zo vroeg
mogelijk stadium op de hoogte worden gebracht van de stappen die de school van
plan is te gaan ondernemen.
Voorafgaand aan een handelingsplan worden ouders
d.m.v. een brief op de hoogte gesteld. Na afloop worden de resultaten met de
ouders besproken.
De Dukdalf staat in principe open voor kinderen met
een beperking. Aan de toelatingsprocedure van kinderen met een beperking wordt
extra zorg besteed. Zowel de ouders als de school moeten ervan overtuigd zijn
dat de school de nodige deskundigheid in huis heeft of deze kan krijgen om het
kind op een verantwoorde wijze op te vangen.
Voor kinderen met een stoornis in het autistisch
spectrum is er een speciale groep in school, de zogenaamde structuurgroep. In
samenwerking met Stichting Gewoon Anders krijgen deze kinderen onderwijs dat zo goed mogelijk aansluit bij
hun specifieke onderwijsbehoefte. Voor meer informatie verwijzen wij u naar de
website: www.dukdalf-almere.nl, de
directie of SGA.
Ondanks de zorg die wij bieden, zullen sommige
kinderen gebaat zijn bij een onderwijsomgeving waar veel meer specialistische
hulp gegeven kan worden. In dat geval geven wij ouders het advies om hun kind
aan te melden bij de Permanente Commissie Leerlingenzorg (PCL) van ons
samenwerkingsverband. Ouders kunnen dat overigens ook uit eigen beweging doen.
De PCL vraagt vervolgens het leerling-dossier van de basisschool op en bepaalt
mede aan de hand daarvan of een kind toelaatbaar wordt verklaard voor het speciaal
onderwijs. De procedure voor aanmelding is te vinden in het zorgplan. U kunt
dit inzien bij de intern begeleiders.
Ieder schooljaar worden de ouders twee maal
gerapporteerd over de vorderingen van hun kind.
In oktober/november wordt u geïnformeerd over de vorderingen van uw kind via een kort
schriftelijk verslag (groep 3-8).
Eind januari/begin februari ontvangt u het eerste
rapport, terwijl het tweede rapport eind juni /begin juli verschijnt. In april
kan u door de leerkracht worden uitgenodigd voor een gesprek. In de
kleutergroepen vindt de rapportage van januari mondeling plaats.
Bij verandering van (basis)school is de school die
het kind verlaat, verplicht om een onderwijskundig rapport te overhandigen aan
de school waar het kind wordt ingeschreven. Dit is van toepassing als een kind
verandert van basisschool. In zo'n onderwijskundig rapport wordt, naast de
personalia, vermeld met welke methodes is gewerkt, welke resultaten het kind
heeft bereikt (incl. eventuele toets- en onderzoeksresultaten) en of het kind
belemmeringen ondervindt in zijn/haar ontwikkeling en wat daar aan is gedaan.
Het onderwijskundig rapport wordt opgesteld onder verantwoordelijkheid van de
directeur. Als ouders hebt u recht op inzage in het rapport. U hebt echter niet
het recht om wijzigingen daarin aan te brengen. Het origineel sturen wij
rechtstreeks aan de nieuwe school en als u er om vraagt dan kunt u altijd een
kopie van dit rapport krijgen.
De overdracht van informatie
naar het voortgezet onderwijs vindt de laatste jaren plaats via internet met
behulp van het programma Digitaal doorstromen.
Digidoor
vervangt hierbij de papieren variant en voorkomt dat elke keer dezelfde
gegevens moeten worden ingevuld. Doordat de gegevens elektronisch zijn
opgeslagen, worden deze toegankelijker voor de VO-school en kan snel beoordeeld
worden welke leerlingen extra hulp nodig hebben.
Op De
Dukdalf worden de CITO toetsgegevens van groep 7 en 8 en het onderwijskundig
rapport in Digidoor opgeslagen. Als ouder heeft u het recht deze digitale
informatie in te zien. Wij nodigen u dan ook uit om, voordat de gegevens naar
het V.O. worden gezonden, deze
informatie te bekijken.

Als ouder(s) hebt u het recht om op school het dossier van uw kind in te zien. Om het dossier zo compleet mogelijk te kunnen overhandigen, moet u dit tenminste twee werkdagen van te voren aangeven.
Van (delen van) het dossier van het kind worden geen kopieën gemaakt, met uitzondering een onderwijskundig rapport. Desgewenst kunnen ouders daar een kopie van krijgen.
Als
een kind langere tijd wegens ziekte niet naar school kan komen, gaan we
bekijken hoe we het onderwijs, rekening houdend met de ziekte, kunnen
voortzetten.
Hierbij
kunnen we gebruik maken van de deskundigheid van een consulent
“onderwijs-ondersteuning zieke leerlingen”.
Voor
kinderen opgenomen in een acade-misch ziekenhuis zijn dat de consulenten van de
educatieve voorziening. Voor alle andere leerlingen betreft het de consulenten van
de onderwijsbegeleidingsdienst. Daarnaast vinden wij het minstens zo belangrijk
dat de leerling in deze situatie contact blijft houden met de klasgenoten en de
leerkracht.
Het
continueren van het onderwijs, aangepast aan de problematiek, is
o.a.
belangrijk om leer-achterstanden zoveel mogelijk te voorkomen en sociale
contacten zo goed mogelijk in stand te houden.
U
kunt meer informatie vinden op de website van Ziezon, www.ziezon.nl , het
landelijke netwerk Ziek Zijn en Onderwijs.
Het is belangrijk dat iedereen in kleding kan lopen
die prettig zit en waar een leerling, stagiaire of medewerker zich prettig in
voelt. Het is een deel van je “ik”. Alle scholen van Stichting Prisma hebben de
vrijheid van uiterlijk ook hoog in het vaandel staan, maar het moet niet ten
koste gaan van de grondslag, de
hygiëne en veiligheid op school. Soms kan kleding aanstootgevend zijn, d.w.z.
dat kleding de ergernis van andere mensen opwekt omdat het bijvoorbeeld te
bloot is of racistisch. We willen problemen op het gebied van kleding
voorkomen. De leidraad heeft betrekking op zowel leerlingen als op medewerkers,
vrijwilligers en stagiaires en is bij de schooldirectie te verkrijgen.
Wij vinden het belangrijk om preventief te werken en
pesten te voorkomen. Wij werken met een pestprotocol. U kunt dit via de website
inzien.
We vinden het op De Dukdalf erg belangrijk om goede
contacten met ouders te onderhouden.
Hieronder vermelden we welke mogelijk-heden er zoal
zijn:
1. informatie-avonden
2. spreekavonden
3. gesprek met de leerkracht
4. huisbezoek
5. gesprek met de directie
6. nieuwsbrief
7. schoolgids en jaarplanning
8. informatieboekje groep 1/2
9. kijkmomenten
10. koffie-ochtenden
1. informatie-avonden
Op deze avond krijgt u informatie over de
leerstof en de organisatie van de groep waarin uw kind zit. In ieder geval
wordt een dergelijke avond gehouden aan het begin van het schooljaar, en voor
de ouders van nieuwe kleuters is er ook een avond in februari.
2. spreekavonden
Voor de spreekavond van oktober en februari worden
alle ouders uitgenodigd, terwijl voor de overige spreekavonden geldt dat u
uitgenodigd wordt als daar van onze kant aanleiding voor bestaat. Maar u kunt
natuurlijk ook zelf aangeven of u gebruik wilt maken van een 10/15-minuten
gesprek. U kunt zich dan van te voren inschrijven via een intekenlijst die bij
de lokalen hangt.
3. gesprek met de leerkracht
U hoeft natuurlijk niet te wachten tot de
spreekavond als u bijv. vragen of zorgen hebt over uw kind of als u niet
tevreden bent over het handelen van de leerkracht. In het belang van uw kind
stellen wij het juist op prijs als u komt praten als er iets aan de hand is.
Desgewenst is de intern begeleider hierbij aanwezig. Wij vragen u wel om van
tevoren een afspraak te maken.
4. huisbezoek
In het schooljaar waarin uw kind als kleuter bij ons
op school is gekomen, stelt de leerkracht het op prijs om een huisbezoek af te
leggen, natuurlijk als u daarmee instemt. Maar het kan natuurlijk voorkomen dat
er aanleiding is om meerdere keren bij u
langs te komen. Eén en ander gebeurt vanzelfsprekend in goed overleg.
Dit bezoekje zal meestal in de middaguren
plaatsvinden, zodat de leerkracht kan zien en horen hoe het kind thuis is.
Maakt u gerust gebruik van de aanwezigheid van de leerkracht door tijdens een
huisbezoek vragen te stellen over zaken die voor u onduidelijk zijn.
5. gesprek met de directie
Wilt u eens rustig met één van de (of met beide)
directieleden praten, dan kan dat natuurlijk. We stellen het op prijs dat u van
tevoren een afspraak maakt.
6. nieuwsbrief
Aan het begin van iedere maand verschijnt er een
nieuwsbrief. Hierin vindt u de informatie voor de komende maand die voor u en
voor uw kind(eren)van belang is. Voor vrijwel alle schriftelijk informatie
geldt dat alleen het oudste kind van het gezin op De Dukdalf deze informatie
mee naar huis neemt. Tevens kunt u deze op de website lezen.
7. Schoolgids en jaarplanning
Alle ouders en belangstellenden ontvangen de
schoolgids van De Dukdalf. Hierin kunt u lezen hoe de zaken op onze school zijn
georganiseerd, maar ook welke keuzes de school maakt ten aanzien van het
onderwijs dat wordt aangeboden. De schoolgids wordt telkens vastgesteld voor
een periode van een schooljaar. Aan het einde van ieder schooljaar ontvangt u
van ons de jaarplanning voor het volgende schooljaar, waarop o.a. de
activiteiten, de vakanties en de vrije dagen staan vermeld. N.B. De schoolgids
staat ook op onze site.
8. Informatieboekje groep 1/2
In dit boekje dat u ontvangt als uw kind bij ons op
school komt wennen, vindt u praktische informatie over zaken die betrekking
hebben op het reilen en zeilen in de kleutergroepen.
9. Kijkmomenten
Ouders worden tenminste één maal per jaar in de gelegenheid gesteld om een deel van de ochtend of een middag aanwezig te zijn in de groep van hun kind. Hiervoor worden in bepaalde weken kijkdagen in de jaarplanning opgenomen. Het doel daarvan is om ouders te laten ervaren hoe ons onderwijs in de praktijk vorm krijgt. Daarnaast krijgen zij een indruk van de manier waarop hun eigen kind zich manifesteert in de groep.
Er kunnen zich echter met betrekking tot de groep
situaties voordoen, waarin het niet wenselijk is om ouders de lessen te laten
bijwonen. In dat geval wordt de mogelijkheid om in de groep aanwezig te zijn,
verplaatst naar een ander tijdstip.

10. koffieochtenden
De band tussen school en ouders en ouders onderling willen we ook versterken door mogelijkheden te scheppen om elkaar informeel te ontmoeten.
Dat doen we door middel van koffieochtenden op beide
locaties. Zoals de naam als zegt: er is koffie/thee en u kunt gezellig even bijpraten met elkaar. Meestal
hebben wij dan trouwens ook wel wat te melden.

Het kan voorkomen dat kinderen problemen hebben met leren of met hun gedrag. Dat kan te maken hebben met de situatie op school, maar ook met de situatie thuis. De schoolmaatschappelijk werker kan dan samen met de ouders kijken naar de problemen van het kind en naar de mogelijke oorzaken. Vervolgens kan zij bijvoorbeeld de ouders advies geven bij de opvoeding. Op De Dukdalf kunnen ouders en leerkrachten een beroep doen op school-maatschappelijk werk. Een brochure over de werkwijze vindt u op de leesplank.
Aan het begin van ieder schooljaar wordt voor iedere
groep een klassenouder gezocht. De leerkracht benadert daarvoor zelf één van de
ouders, die een kind in de betreffende groep heeft. De klassenouder wordt
gevraagd voor een periode van één schooljaar. Hij/zij heeft vooral een
coördinerende functie en regelt bijv. bij excursies het vervoer van de
kinderen, zorgt ervoor dat er soms inkopen gedaan worden, vraagt ouders bij
uitstapjes van de groep enz. Het is dus niet de bedoeling dat de klassenouder
alles zelf doet, maar juist op zoek gaat naar ouders die mee willen helpen.
Dit schooljaar gaan
we verder met de activiteitencommissie voor alle klassenouders.
Onze school vraagt van alle ouders een jaarlijkse financiële bijdrage voor ieder schoolgaand kind: de vrijwillige ouderbijdrage. Met uw bijdrage worden allerlei zaken bekostigd, waarvoor de overheid geen vergoeding geeft, maar die toch in hoge mate sfeerbepalend zijn voor de kinderen op school. Daarbij kunt u denken aan schoolprojecten, excursies, voorstel-lingen, Sinterklaas, viering Christelijke feesten, schoolreis en sport- en speldagen. Daarnaast wordt er een deel van het schoolkamp voor groep 7 en 8 uit bekostigd.
Weliswaar spreken we hier over een vrijwillige
bijdrage, maar bij de inschrijving van een kind op De Dukdalf worden de ouders
mondeling en schriftelijk geattendeerd op de wenselijk-heid en de noodzaak van
betaling.
Wij stellen het op prijs dat u de bijdrage betaalt.
De hoogte van de ouderbijdrage voor dit schooljaar
is vastgesteld op € 50,- per kind.
Deze bijdrage is alleen van toepassing voor het eerste en tweede kind. Voor de
overige kinderen hoeft geen ouderbijdrage betaald te worden. Als uw kind
na de kerstvakantie op school komt, betaalt u een deel van het jaarbedrag, te
weten € 30,-. Aan het begin van het
schooljaar of wanneer uw kind op school komt ontvangt u een brief met een
verzoek tot betaling waarna u de ouderbijdrage kunt voldoen op rek.nr. 47.44.06.989 tnv St. Prisma MR de Dukdalf Mocht u de vastgestelde
ouderbijdrage niet kunnen betalen dan wordt u vriendelijk verzocht om hierover
contact op te nemen met de directie van De Dukdalf. Er bestaat de kans dat uw
kind niet kan deelnemen aan bovengenoemde activiteiten. In dat geval zal
er door de school een alt
De kosten voor schoolkamp van
groep 7 en 8 bedragen € 35,- per
kind voor groep 7 en op € 40,- per
kind voor groep 8.
Iedere school heeft
verplicht een medezeggenschapsraad (MR). De MR is een orgaan voor
medezeggenschap, voor inspraak. De MR bestaat uit een vertegenwoordiging van ouders
en leerkrachten. De oudervertegenwoordigers worden via openbare
verkiezingen gekozen en voor drie jaar benoemd. De MR overlegt met
de directie en het schoolbestuur over belangrijke schoolzaken, zoals
verbeteringen in het onderwijs, geldbesteding, de keuze van een lesmethode,
verandering van klassenindeling, de invoering van ict, veiligheid op school,
overblijf, ouderbijdrage en de manier waarop men ouders wil laten meehelpen in
het onderwijs en bij andere activiteiten.
De MR neemt standpunten in over datgene wat de schooldirectie doet of laat. De
MR oordeelt over de (beleids)voorstellen van de directie; de lijnen die door de
directie worden uitgezet en de wijze waarop die lijnen worden uitgevoerd.
Daarbij kan de MR ook zelf met voorstellen komen. Een actieve MR kan
daadwerkelijk invloed uitoefenen op de gang van zaken op school, doordat over
veel onderwerpen het bestuur eerst advies aan de MR moet vragen. Bij sommige,
zeer belangrijke, besluiten heeft het bestuur de voorafgaande instemming van de
MR nodig.
De
MR vergadert minimaal zes keer per schooljaar en de vergaderingen zijn
openbaar. U kunt deze dus altijd bijwonen als u zich van te voren met een te
bespreken onderwerp aanmeldt bij de MR. U kunt natuurlijk ook altijd een email
schrijven aan de MR. Het emailadres is: MR@dukdalf-almere.nl. Deze wordt dan als
ingekomen stuk op de agenda gezet en in de eerstvolgende vergadering behandeld.
Als u denkt dat sommige zaken op school anders of beter moeten worden geregeld,
laat het ons dan weten. Met uw actieve inbreng kan de MR slagvaardiger optreden
en kunt u als ouder invloed op het reilen en zeilen van de school uitoefenen. Meer
informatie over de MR kunt u vinden op de website: www.dukdalf-almere.nl.
Ouders hebben het recht om klachten in te dienen
over gedragingen en beslissingen of het nalaten daarvan van het bevoegd gezag
(het bestuur) en het personeel. Dit noemen we het klachtrecht. Het indienen van
klachten is echter wel aan regels gebonden. Deze zijn vastgelegd in de
klachtenregeling, die is opgesteld met instemming van de medezeggenschapsraad.
Op iedere school, dus ook op De Dukdalf, ligt deze klachtenregeling bij de
directie ter inzage.
Hebt u vragen over deze regeling, of weet u niet bij
wie u uw klacht kwijt kunt, dan kunt u zich wenden tot de contactpersoon van de
Dukdalf. U vindt haar naam en telefoon-nummer in de bijlage bij deze
schoolgids. Zij is door het bestuur benoemd op voordracht van de
medezeggenschapsraad. De contactpersoon is tot geheimhouding verplicht en zal
uw klacht aanhoren en u doorverwijzen naar het juiste adres. Bedenkt u wel dat
een anonieme klacht nooit in behandeling wordt genomen.
Onveranderd blijft dat u een klacht allereerst moet
bespreken met degene die u verantwoordelijk houdt voor uw klacht. Dat kan een
groepsleerkracht zijn, maar ook de directeur. Bent u ontevreden over de
afhandeling, dan kunt u uw klacht schriftelijk indienen bij het bestuur van
onze school of bij de landelijke klachtencommissie. In de klachtenregeling
staat vermeld waaraan een schriftelijke klacht moet voldoen en hoe deze wordt
afgehandeld.
Wij hopen
natuurlijk dat u weinig reden zult hebben om van uw klachtrecht gebruik te
maken.
Het team van De Dukdalf bestaat uit een directeur,
een adjunct-directeur, deelteam-leiders en een aantal groepsleerkrachten, twee
intern begeleiders, een remedial teacher, enkele onderwijsassistenten, een
management assistent en conciërge. De directieleden vervullen in principe
slechts in zeer beperkte mate lesgevende taken. Per bouw is er een
deelteamleider voor 1,5 dag in de week.
De groepsleerkrachten werken fulltime of parttime en dat betekent dat
ook in verband met ADV-vervanging er soms meer dan één leerkracht voor de groep
staat. Als er sprake is van een parttime benoeming zullen de kinderen te maken
hebben met maximaal twee leerkrachten. Over de afstemming tussen deze
leerkrachten zijn binnen de school duidelijke afspraken gemaakt.
Naast lesgevende taken zijn de leerkrachten ook
belast met een aantal groepsover-stijgende taken, zoals o.a. de voorbereiding
van vieringen.
De intern begeleiders werken beiden parttime en zijn
ook vrijgesteld van lesgeven.
Zij zijn degenen die de leerlingenzorg coördineren
en aansturen. Deze aansturing vindt veelal plaats op leerkrachtniveau, d.w.z.
dat de leerkracht door de intern begeleider zo wordt toegerust dat deze
adequaat kan inspelen op behoeften van de kinderen in zijn of haar groep.
De onderwijsassistenten hebben veel meer direct met
de kinderen te maken. Kinderen die op een bepaald gebied extra geholpen moeten
worden kunnen van de onderwijsassistenten gedurende een bepaalde tijd
ondersteuning krijgen. De onderwijsassistenten werken in de groep of daarbuiten
met kleine groepjes kinderen.
Wat leeftijdsopbouw betreft bestaat het huidige team
vooral uit twintigers, maar ook zijn er dertigers, veertigers en zelfs een paar
beginnende vijftigers werkzaam. De vrouwen zijn
in de meerderheid, en dat komt overeen met het landelijke beeld. Ons
ideaalplaatje voor wat betreft de teamsamenstelling ziet er als volgt uit: een
team bestaande uit vrouwen én mannen in verschillende leeftijdscategorieën,
waarin meer en minder ervaring in het onderwijs elkaar afwisselt.
School Video Interactie
Begeleiding (SVIB) is één van de begeleidingsmethodieken die de school hanteert
om het onderwijs zo goed mogelijk af te stemmen op de leerlingen.
Op onze school wordt het
middel voorna-melijk ingezet om de leraren te ondersteunen bij hun
onderwijstaak. De methodiek wordt zowel ingezet bij vragen over leerlingenzorg,
als bij vragen rondom onderwijsvernieuwing.
Aan de school is een
gespecialiseerde School Video Interactie Begeleider (SVIB-er) verbonden, die
korte video-opnames maakt in de klas en dit vervolgens met de leraar
nabespreekt.
Net zo als dat bij andere begeleidings-functionarissen
het geval is, hanteert de SVIB-er een beroepscode, waarin o.a. staat dat de
gemaakte opnames niet voor andere doeleinden gebruikt worden. Zo blijven de
videobeelden die in de klas gemaakt worden, onder het beheer van de SVIB-er en
worden niet – zonder zijn/haar uitdrukkelijke toestemming en die van de betrokken
leraar –
aan anderen vertoond.
Indien de methodiek wordt
ingezet bij specifieke begeleidingvragen
van één of meer leerlingen, dan worden de ouders/ verzorgers hiervan in kennis
gesteld en om toestemming gevraagd.
Is de leerkracht van uw kind ziek of afwezig dan
zullen we hiervoor een oplossing zoeken. We hebben hiervoor de volgende mogelijkheden:
- we zoeken een vervanger of zetten een pooler in;
- een onderwijsassistent (bekend in de groep) neemt
de groepstaken over, onder verantwoordelijkheid van een andere leerkracht;
- er wordt een beroep gedaan op een teamlid dat in deeltijd werkt;
- er wordt intern geschoven (bijv. een leerkracht
uit de onderbouw geeft les in de bovenbouw);
- een ADV- of verlofdag wordt ingetrokken
- leerkrachten die ambulante taken uitvoeren,
vervangen de zieke (in verband met opeenstapeling van werk, gebeurt dit
gedoseerd);
- de intern begeleider vervangt (daarmee komt extra hulp aan kinderen die dat zo hard nodig hebben te vervallen, ook hier zijn dus grenzen aan);
- een groep wordt verdeeld over andere groepen ;
- ouders worden verzocht hun kind voor een periode van maximaal twee dagen thuis te houden.
In dit laatste geval zullen wij proberen u een dag
van tevoren hiervan op de hoogte te brengen. Mocht u uw kind die dag echt niet
kunnen opvangen, dan doen wij dat en wordt uw kind geplaatst in een andere
groep.
De directie van de school beslist voor welke
mogelijkheid in een bepaalde situatie wordt gekozen.
Deze zijn als volgt:
|
|
groep 1 t/m
4 |
groep 5 t/m
8 |
|
maandag, dinsdag, donderdag |
8:30 – 12:00 13:15 – 15:15 |
08:30 – 12:00 13:15 – 15:15 |
|
woensdag |
08:30 – 12:00 |
08:30 – 12:30 |
|
vrijdag |
08:30 – 12:00 |
08:30 – 12:00 13:15 – 15:15 |
Tien minuten voor aanvang van de school is de deur
open en kunt u met uw kind(eren) meelopen naar het lokaal. U kunt dan het werk
van uw kind bekijken of een spelletje met uw kind doen. Wij willen graag op
tijd beginnen en verwachten dan ook dat u uiterlijk om 8.30 uur of om 13.15 uur
het lokaal hebt verlaten.
Voor de groepen 7 en 8 maken we met betrekking tot
het meelopen van ouders in het lokaal een uitzondering. Wij zijn van mening dat
kinderen in deze leeftijd prima zelfstandig naar het lokaal kunnen gaan. Alleen
voor ouders van kinderen in groep 4, 5 en 6 bestaat de mogelijkheid om één maal
per week hun kind in het lokaal te brengen. De dag waarop dat gebeurt kunnen
ouders zelf bepalen.
Als uw kind wegens ziekte of
om een andere belangrijke reden niet of niet op tijd op school kan zijn, willen
wij dat graag voordat de school begint van u horen.
Het beste kunt u bellen tussen 7.45 en 8.20 uur of
voor 13.05 uur. Vanzelfsprekend kunt u ook aan een broertje of zusje een
briefje mee naar school geven.
Als wij niets van u horen, terwijl uw kind niet op
school is, proberen wij binnen 30 minuten na aanvang telefonisch contact met u
op te nemen.
Aanvragen voor buitengewoon verlof dient u
schriftelijk te richten aan de directeur. Een formulier vindt u in de hal op de
leesplank. Verzoeken kunnen alleen
worden ingewilligd als er sprake is van bijzondere omstandig-heden.
Hieronder ziet u welke (beperkte) mogelijk-heden er
zijn:
*verlof voor vierjarigen
Vierjarigen zijn (nog) niet leerplichtig. Een
schriftelijke aanvraag voor buitengewoon verlof hoeft u dus niet in te dienen.
Wij verwachten wel dat u de leerkracht van uw kind tijdig op de hoogte stelt
van het feit dat uw kind niet op school komt.
*verlof voor vijfjarigen
In overleg met de schoolleiding kunnen in bepaalde
omstandigheden vijfjarige kinderen vijf uur per week vrij krijgen. Eventueel
kan daarnaast vijf uur per week extra verlof gegeven worden. Dit buitengewoon
verlof kan niet worden opgespaard en wordt alleen verleend in het geval er
sprake is van medische en/of sociaal-emotionele redenen.
*verlof voor 6 - 17 jarigen (leerplicht tot 17 jaar)
Voor kinderen tussen de zes en zeventien jaar kan
verlof buiten de officiële schoolvakanties alleen worden toegestaan wanneer er
sprake is van bijzondere omstandigheden.
Bijzondere omstandigheden:
1. bijzondere
familieomstandigheden:
Bijv. verhuizing, huwelijk,
ernstige ziekte, overlijden of jubilea
van bloed- of aanverwanten.

2. vakantie:
Als het gevraagde verlof
bedoeld is als uw eerste en enige vakantie van het gehele jaar.
Uw werkgever moet hiervoor een verklaring
afgeven, waaruit blijkt dat de aard van het werk (!!) niet toelaat dat u binnen de aangegeven
school-vakanties afwezig bent.
Alleen in voornoemde gevallen mag de directie bij
wijze van uitzondering uw kind buitengewoon verlof verlenen tot maximaal 10
dagen per jaar. Over een verlof langer dan 10 dagen mag de school niet
beslissen. U moet dan contact opnemen met de leerplichtambtenaar, tel. 5399911.
Indien ouders hun kind zonder toestemming (dus
buiten de regels van geoorloofd verlof - zie hierboven) van school laten
verzuimen, is de school verplicht dit na drie dagen (hoeft niet opeenvolgend)
te melden bij de leerplichtambtenaar van

Naast de schoolvakanties zijn er nog
dagen/-morgens/-middagen waarop de kinderen vrij zijn, zodat de leerkrachten op
school andere werkzaamheden kunnen verrichten, een cursus kunnen volgen. In
sommige gevallen zijn alle kinderen vrij, maar het komt ook voor dat alleen de
groepen 1 t/m 4 vrij hebben. U vindt de data op de jaarplanning. Eventuele
wijzigingen geven wij z.s.m. via de nieuwsbrief aan u door.
Op De Dukdalf onderkennen we het belang van goede
contacten met de basisscholen in de wijk. Zo vindt er bijvoorbeeld altijd
overleg plaats over kinderen die binnen de wijk van school wisselen en zijn er
afspraken met betrekking tot het inschrijven van leerlingen van buurtscholen.
Ook met de peuterspeelzalen in de wijken en met instellingen voor kinderopvang
is er contact en wordt er gestreefd naar een zinvolle samenwerking.
Ons schoolgebouw biedt onderdak aan twee scholen:
R.K-basisschool Het
Achter de receptie-balie nemen de administratieve
krachten voor beide scholen de telefoon aan.
In de beide wijken waar de schoolvestigingen staan,
zijn voorzieningen voor voor- en naschoolse opvang te vinden. De kinderen die
daarvan gebruik maken en die op De Dukdalf zitten, worden door deze
instellingen gebracht naar of gehaald van school.
Een speciale relatie heeft onze school met
B.S.O./peuterspeelzaal “
Voor meer informatie kunt u contact opnemen via tel.
5497220
De afdeling jeugd van de GGD-Flevoland begeleidt jeugdigen van 4 - 19 jaar bij hun groei en ontwikkeling. De medewerkers besteden aandacht aan alle kinderen die de school bezoeken. Samen met de ouders (en de leerkrachten) proberen zij het kind zo gezond mogelijk te houden, zowel lichamelijk als geestelijk.

Op verschillende leeftijden biedt de afdeling Jeugd het
kind een onderzoek aan. Dit gebeurt meestal op school. De ouders worden van
tevoren ingelicht over deze onderzoeken.
Voor leerlingen van de basisschool zijn dat de
volgende onderzoeken:
- periodiek geneeskundig onderzoek bij
leerlingen
van groep 2
- scoliose-screening (zijwaartse kromming van
de
wervelkolom) bij leerlingen van groep 7
Tijdens de onderzoeken wordt er zo nodig advies en
voorlichting gegeven.
U kunt de jeugdarts en de jeugdverpleeg-kundige die
bij ons op school komen bereiken bij de GGD-Flevoland tel. 5357300
Op de Dukdalf komt iedere dinsdagochtend een logopedist
van de GGD-Flevoland, Janet Frijstein.
Als ouders, leerkrachten, school-verpleegkundigen of
schoolartsen twijfelen over de taal, spraak, stem of de luistervaardigheid van
een kind dan kan de logopedist nader onderzoek doen. Daarvoor moeten ouders
eerst schriftelijk toestemming hebben gegeven. Dit geldt voor alle kinderen van
de basisschool, van groep 1 t/m 8.
De logopedist overlegt altijd over de uitslag van het onderzoek
met de ouders en leerkracht.
Na een onderzoek kunnen soms adviezen en tips voor
thuis en in de klas voldoende zijn. Ook kan verwijzing voor behandeling in een
logopediepraktijk geadviseerd worden (Er wordt niet op school behandeld). In
enkele gevallen wordt de ontwikkeling van het kind gevolgd.
De IJsselgroep biedt onderwijsondersteuning aan alle
basisscholen die binnen haar regio vallen. Deze ondersteuning valt uiteen in
twee delen: begeleiding van het onderwijskundig proces en leerlingbegeleiding.
Voor het eerste onderdeel is voor iedere school een vaststaand aantal uur
beschikbaar, voor het tweede onderdeel is het aantal beschikbare uren
gerelateerd aan de grootte van de school.
De IJsselgroep kent aan iedere basisschool een
begeleider toe. Ieder jaar stelt de directie van de school samen met de
schoolbegeleider een begeleidingsplan op, waarin de inspanningen van beide
partijen en de tijd die daarvoor wordt gereserveerd, zijn uitgewerkt.
Het samenwerkingsverband (SWV-2) waarin ook De Dukdalf
participeert, bestaat uit alle Prot. Chr. en
Oecumenische basisscholen, alle R.K.-basisscholen en SBO "
Het doel van het samenwerkingsverband is o.a. de instandhouding van een speciale school voor basisonderwijs waar kinderen met een LOM-MLK-indicatie kunnen worden geplaatst. Echter, om de groei van deze school terug te dringen wordt in het kader van Weer Samen Naar School (WSNS) door het SWV maatregelen genomen die de "zorgbreedte" op de basisscholen vergroten, waardoor er meer kinderen in het basisonderwijs kunnen blijven. Daarmee is tevens een even belangrijk onderdeel van het doel van het SWV aangegeven. Het beleid van het SWV is vastgelegd in een zorgplan en dat ligt op De Dukdalf ter inzage.
Het doel van deze stichting is het bevorderen van de
integratie van kinderen met een meer of minder ernstige beperking in het
regulier basisonderwijs. Alle basisscholen in Almere zijn gevraagd om hieraan
mee te doen. Het team en de directie van De Dukdalf staat positief ten opzichte
van deze ontwikkeling en dat betekent concreet dat er momenteel een aantal
kinderen begeleid wordt met ondersteuning van de stichting. Onlangs zijn wij
i.s.m. SGA een speciale groep gestart voor kinderen met een stoornis in het
autistisch spectrum.
Op De Dukdalf staan we open voor stagiaires van
verschillende opleidingsinstituten. Daarbij heeft echter de PABO onze voorkeur:
tenslotte komen daar straks onze nieuwe collega's vandaan. Naast PABO-studenten kunt u bij ons op school ook
studenten aantreffen van de ROC-opleiding sociaal agogisch werk en
onderwijsassistenten.
De contacten met de PABO zijn intensiever omdat de
Dukdalf opleidingsschool is.
In 2008 hebben we voldaan aan de criteria om
opleidingsschool te zijn.
We zijn opleidingsschool geworden omdat we in de
toekomst voldoende leerkrachten kunnen werven en om op de hoogte te blijven van
nieuwe ontwikkelingen.
Dit alles betekent voor de kinderen dat zij af en
toe les krijgen van een stagiaire en dat is voor hen vaak een leuke ervaring.
De verantwoordelijkheid voor de groep blijft overigens altijd bij de leerkracht
liggen.
Het bestuur van de stichting Prisma heeft op dit
moment 16 basisscholen onder haar beheer, 10 Protestants-Christelijke (PC) en 6
Oecumenische basisscholen (OEC).
Stichting Prisma werkt met de aangesloten scholen
volgens het managementstatuut.
Het strategisch beleidsplan van Prisma is mede uitgangspunt voor de werkwijze op de Dukdalf.
De
website is: www.prisma-almere.nl
Adres:
Postbus 10149
Telefoon: 035 - 5346300
De Ark (PC)
Almere-Stad
De Ichthus (PC)
De Klimop-Stad (OEC) – speciaal onderwijs
Almere-Poort
De Kleine Wereld (OEC)
Almere-Buiten
De
Het Drieluik (OEC)
De Dukdalf (PC)
De Klimop-Buiten (OEC) – speciaal onderwijs

Bij elkaar bezoeken ruim 5000 kinderen de bovengenoemde
scholen en er zijn ongeveer 450 leerkrachten enthousiast werkzaam in het
Christelijk basisonderwijs.
Het doel van de Stichting staat beschreven in de
“Charter van Identiteit”, die ter inzage ligt op de leesplank in de hal.
Eens in de drie weken op maandagmorgen beginnen we om 8.45 uur met
de weekopening. Daar ontmoeten kinderen en leerkrachten van een aantal groepen elkaar. Telkens
verzorgt één leerkracht de weekopening, waarin naast het godsdienstig thema van
die week, ook aandacht wordt geschonken aan de jarigen en de kinderen die een
diploma o.i.d. hebben gehaald.
De maandsluiting heeft duidelijk een speelser en
creatiever karakter dan de weekopening. Bij de maandsluiting zijn de ouders van
kinderen die deze verzorgen van harte welkom. Op het jaaroverzicht staan data
en tijden vermeld.
Als kinderen jarig zijn (geweest), maken we daar op
school ook een klein feestje van. Iedere groep doet dat op z'n eigen manier.
Tijdens de weekopening mogen de jarigen van die periode naar voren komen en
worden zij door de aanwezige kinderen hartelijk toegezongen.
De kinderen mogen tussen 10.00 uur en 10.30 uur iets lekkers uitdelen, maar aangezien er steeds meer kinderen gevoelig zijn voor kleur- ,geur- en smaakstoffen, zien wij graag "gezonde" traktaties op school. Bovendien vragen we ouders dringend zich te beperken in de grootte van de traktatie. Voor de leerkrachten hoeft daarop echt geen uitzondering gemaakt te worden.
Bij kleuters mogen ouders aanwezig zijn bij het
toezingen en uitdelen in de groep, maar de jarige gaat zonder ouders de klassen
op zijn/haar eigen verdieping rond.
Ook dan is het feest op school en vooral in de
groep. Voor de kinderen van de betreffende groepen betekent dat een dag vol
leuke activiteiten en er wordt natuurlijk niet gewerkt! Om de feestvreugde te
vergroten mogen de kinderen van de jarige juf of meester die dag verkleed op
school komen.
Het wordt aan de kinderen overgelaten of zij een
cadeautje aan de jarige juf of meester willen geven. Dat kan een gekocht of een
zelfgemaakt cadeautje zijn, voor de leerkracht is het allebei van even grote
waarde.
Een
belangrijk aspect van ons onderwijs is, dat we er regelmatig met de kinderen op
uit trekken. Meestal gaat het om korte uitstapjes in de omgeving; naar een
winkel in het centrum, naar iemand die een bijzonder beroep uitoefent, naar het
bos enz. Ook gaan de kinderen soms naar het milieu en educatiecentrum “Het
Eksternest” en naar een voorstelling of tentoonstelling van de Kunstlinie. Bij
het vervoer van kinderen werken wij volgens het protocol leerlingenvervoer.
Ieder jaar gaan de kinderen van groep 3 t/m 6 met
schoolreis. Voor de kleuters wordt om het jaar een zogenaamde kleuterdag
georganiseerd: een feestdag in en rond de school of op een nabijgelegen
locatie, die in het teken staat van spelletjes en voorstellingen, gericht op
deze jongste groep kinderen. Het andere jaar gaan ook de kleuters op
schoolreis.
De kinderen van groep 7 en 8 gaan jaarlijks
gedurende meerdere dagen op schoolkamp.
Al deze activiteiten vinden plaats in de laatste
maanden van het schooljaar.

Naast "leren" vinden we het op De Dukdalf
ook belangrijk dat kinderen ervaren wat "vieren" is. Daarmee bedoelen
we: met elkaar in een ongedwongen sfeer activiteiten ondernemen die bijdragen
aan een gevoel van saamhorigheid en verantwoordelijkheid. Bij dat
"vieren" horen de volgende activiteiten, waarvan u de data op de
jaarplanning vindt:
-
de christelijke feesten
-
de schoolreis
-
de kinderboekenweek
-
het kleuterfeest
-
de maandsluitingen
-
de sportdag
-
het schoolkamp

Op De Dukdalf willen we de wereld om ons heen niet
uit het oog verliezen. We laten de kinderen dan ook regelmatig zien, dat er
vele kinderen in de wereld zijn die in bijzonder moeilijke omstandigheden
moeten leven.
In de vorm van projecten willen we kinderen bij deze
zaken betrekken. Het kan voorkomen dat we dan een kleine bijdrage vragen die
ten goede komt aan een project in arme landen. U wordt hiervan via de
nieuwsbrief op de hoogte gehouden.
Halverwege de ochtend krijgen de kinderen
gelegenheid om te eten en te drinken wat zij zelf hebben meegebracht.
Wij zien graag dat dit tussendoortje beperkt blijft
tot "gezonde kost", dus geen koolzuurhoudende dranken en snoep of
chips.
Als de kinderen op school komen, zetten zij hun
beker en eten (voorzien van naam) in het daarvoor bestemde krat, zodat de tas
aan de kapstok kan worden gehangen of op plank gezet kan worden.
Wij maken ons niet druk om de kinderen die hun eten
of drinken niet op kunnen.
Zij nemen wat over is gewoon mee naar huis. Wij
vragen u dan ook niet teveel mee te geven.
Op De Dukdalf bestaat de mogelijkheid voor kinderen
om tussen de middag op school over te blijven.
Er wordt gezamenlijk gegeten en de kinderen mogen
buiten spelen, bij slecht weer is het
mogelijk om binnen met elkaar spelletjes te doen.
Tijdens het overblijven starten de kinderen in hun
klas. De overblijf wordt geleid door een ouder, die hiervoor een cursus heeft
gevolgd. Deze groepjes zijn vrijwel nooit groter dan 15 kinderen.
Voor het overblijven kan een zgn. 'strippenkaart'
per kind/gezin worden gekocht, deze kaart blijft op school.
Er is een kaart van 20 strippen, die € 35,- kost,
voor een kaart van 10 strippen betaalt u
€ 17,50. Deze strippenkaarten kunnen worden
aangeschaft door het bedrag over te maken op rekening 472973584 t.n.v. St. Prisma, TSO MR de Dukdalf. U kunt ook een envelop met gepast geld, voorzien van
naam en groep, in de daarvoor bestemde overblijfbrievenbus deponeren.
Als de kaart vol is, krijgt uw kind deze mee naar
huis en dat is tegelijk het teken dat u een nieuwe moet aanschaffen. De kosten
voor overblijven worden vooruit betaald.
Contactpersoon voor het overblijven is Marianne
Koster.
E-mailadres:
m.koster@dukdalf-almere.nl. Het reglement treft u aan op
de website.
U kunt uw kind tijdens de ochtenduren en/of tijdens
het overblijven melk of een andere zuiveldrank laten drinken door gebruik te
maken van een schoolmelkabonnement van Campina. Aanvraagformulieren zijn op
school te verkrijgen. Zie ook www.schoolmelk.nl
Op de bovenste verdieping van ons hoofdgebouw
beschikken we over een gezellig aangeklede ruimte waar kinderen dagelijks een leuk leesboek
kunnen uitzoeken. De bibliotheek wordt beheerd door ouders die op vaste tijden
op een dag aanwezig zijn.
De boekencollectie op de oostvaarderslocatie wordt
regelmatig veranderd.
De school heeft een collectieve scholierenongevallen
verzekering afgesloten voor uw kind(eren). Zij zijn gedurende de schooltijd en
op weg van huis naar school en omgekeerd verzekerd tegen ongevallen. Dit is een
zgn. beperkte verzekering.
Wellicht ten overvloede: we praten hier over een
ongevallenverzekering, niet over een WA-verzekering. We gaan ervan uit dat alle
kinderen WA verzekerd zijn. We gaan ervan uit dat ouders die tijdens een
excursie leerlingen vervoeren, zelf een inzittenden verzekering hebben
afgesloten, omdat deze vorm van vervoer buiten de schoolverzekering valt.
Onderwijs vindt
niet altijd binnen de schoolmuren plaats. Het gebeurt regelmatig dat we er met
de kinderen op uit trekken om een voorstelling te bekijken, een postkantoor of
een supermarkt te bezoeken, de natuur te ontdekken of op schoolreis te gaan.
Afhankelijk van de afstand die we moeten overbruggen kiezen we voor de fiets,
voor de (stads-)bus, de auto of gaan we gewoon lopen met de kinderen.
De
scholen van onze Stichting beschikken over een protocol voor leerlingenvervoer
waarin precies staat aangegeven op welke
manier dat behoort te gebeuren om de veiligheid van kinderen zoveel
mogelijk te garanderen. U kunt dit protocol inzien op school. U vindt enkele
exemplaren op de leesplanken in de hal.
Tijdens de ochtendpauze loopt de leerkracht van uw
kind op het plein en houdt toezicht. Voor schooltijd (dus ook tussen de middag)
is er geen pleinwacht.
Wilt u er dan ook op toe zien dat uw kind(eren) niet
te vroeg op het plein aanwezig is/zijn?
De kinderen die op de fiets
naar school komen, moeten hun fiets plaatsen in de fietsenrekken bij de school.
Gelukkig zijn er genoeg plaatsen, zodat we nog geen beperkingen op hoeven te
leggen.
Wel maken we u er op attent dat de school niet
aansprakelijk kan worden gesteld bij eventuele schade aan of vermissing van
fietsen.
De mogelijkheid bestaat om via de school een
abonnement te nemen op de volgende kindertijdschriften:
Bobo (kleuters), Okki (groep 3 en 4), Taptoe (groep
5 t/m 8), Hello you (groep 7 en 8).
De opgaveformulieren worden aan het begin van het
schooljaar aan alle kinderen uitgereikt. Het is ook mogelijk om in de loop van
het schooljaar een nieuw abonnement te laten ingaan.
Aan het begin van het schooljaar ontvangt u van ons
een lijst met namen en adressen van kinderen van de groep waarin uw kind zit. U
kunt deze lijst achterin de schoolgids plakken op de daarvoor bestemde lege
bladzijde.
Ook kinderen die in de loop van het jaar bij ons op
school komen ontvangen deze lijst.
Een vervelend en jeukerig verschijnsel dat jaarlijks
op vrijwel alle basisscholen de kop op steekt. Je kunt er niets aan doen dat je
het krijgt, maar als je het eenmaal hebt, kun je veel doen om er zo snel
mogelijk vanaf te komen.
Als hoofdluis wordt geconstateerd ontvangen alle
risicogroepen een brief waarin u dringend wordt verzocht om de komende weken uw
kind op hoofdluis te controleren.
In samenwerking met de G.G.D. voeren wij vanuit
school ook een preventief beleid. Na iedere schoolvakantie worden alle kinderen
gecontroleerd op hoofdluis. Dat gebeurt door enkele vaste ouders die van
tevoren zijn geïnstrueerd door een coördinator. Maar ook als daadwerkelijk
hoofdluis is geconstateerd, wordt de betreffende groep om de paar dagen
gecontroleerd door een ouder van het "luizenteam". Dit is niet ter
vervanging van uw dagelijkse controle thuis, maar alleen om
een groepsbeeld te krijgen waardoor het probleem zo
snel mogelijk wordt verholpen.
Bovendien wordt u in dat geval verzocht om uw kind
een plastic tas mee te geven, waarin de jas aan de kapstok wordt gehangen. U
helpt uw eigen kind en andere kinderen dus het meest als u bij constatering van
hoofdluis bij uw kind direct de juiste maatregelen neemt (GGD-folder,
verkrijgbaar op school) en dit direct meldt op school.
Alle afspraken betreffende de inzet van ouders bij
de bestrijding van hoofdluis zijn vastgelegd in een protocol, ter inzage bij de
directie.
Veel kinderen vinden het leuk om af en toe speelgoed
van thuis mee naar school te nemen. Als dat te maken heeft met het thema dat in
de groep centraal staat, stimuleren wij dat. Ook als een kind jarig is
(geweest), mag het best een kleinigheidje dat het heeft gekregen, laten zien
aan klasgenootjes. In de kleutergroepen wordt er regelmatig een speelgoedmiddag
gehouden. De data treft u aan bij het lokaal van uw kind.
Het meebrengen van mobiele telefoons naar school
raden wij af. Kinderen en ouders kunnen namelijk altijd gebruik maken van de
schooltelefoon om met elkaar in contact te komen. Speelgoed dat uitnodigt tot
agressief spel is niet toegestaan in school. Als kinderen deze spullen toch
meenemen, worden ze door de leerkracht in bewaring genomen en dezelfde dag
meegegeven naar huis.
Bovendien is goed om van te voren te weten dat de school niet aansprakelijk kan worden gesteld als van huis meegebracht speelgoed of materiaal op school wordt beschadigd of zoekraakt. Dit geldt ook voor mobiele telefoons. Houdt u dus goed in de gaten, wat u uw kind meegeeft!
Groep 1/2a Corien Springer
Groep 1/2b
Groep 1/2c