Aan de ouders van de kinderen uit groep 2,

Hieronder vindt u over een aantal vakken korte informatie.

Godsdienst onderwijs

We gebruiken de methode Trefwoord. Hieruit vertellen we drie keer per week de Bijbelverhalen en eens per twee weken hebben we een weekopening.

Rekenen

We rekenen met de methode Wizwijs. We bieden per week 2 lessen aan uit deze methode en werken hierbij aan de volgende doelen:

  • aanwijzend en resultatief tellen t/m 20
  • cijfersymbolen kennen t/m 20
  • doortellen en terugtellen t/m 10
  • weten dat 0 niets is
  • kent begrippen als evenveel, meer/minder, te weinig/ te veel, samen en niets en kan deze begrippen toepassen
  • hoeveelheden splitsen t/m 10 ( 1 en 9, 5 en 5)
  • kan op volgorde zetten van vol naar leeg, licht naar zwaar, kort naar lang
  • weet wat geld is (euro, munten)
  • weet waar een klok voor is en kan de hele uren op een klok lezen

Taal

We werken aan de volgende taaldoelen o.a. met de Klankkast:

  • bij elk thema bieden we minimaal 10 nieuwe woorden
  • kan niet en geen op de juiste manier gebruiken
  • maakt zinnen van 7 woorden en meer
  • kan vragen stellen
  • spreekt duidelijk
  • kan meerdere opdrachten begrijpen en uitvoeren (doe eerst je schoenen uit, dan doe je je broek uit en trek dan je gymkleren aan)
  • ze kennen en herkennen minstens 15 letters
  • kan rijmen
  • kan woorden in lettergrepen verdelen
  • weet eerste en laatste woord in de zin
  • hakken en plakken: t-a-k = tak

Motoriek

We gymmen 4 keer in de week en daarnaast werken we aan de fijne motoriek.

Op het gebied van de motoriek verwachten we van de kinderen dat ze eind groep 2 het volgende kunnen:

  • hun eigen naam schrijven
  • knippen
  • een bal gooien en vangen
  • weten dat je van links naar rechts leest en schrijft

Sociaal- emotioneel

Aan het einde van groep 2 verwachten we dat de kinderen onderstaande vaardigheden beheersen:

  • zelf problemen oplossen
  • 2 werkjes achter elkaar maken
  • luisteren naar andere kinderen
  • vragen stellen en vrijuit spreken
  • zich aan de klassenregels houden
  • maakt contact met andere kinderen de leerkracht
  • kan in het spel overleggen met een ander kind en samen spelen